Het is alweer bijna een jaar geleden dat ik me uitgebreid heb verdiept in de ontwikkelingen op de energiemarkt. Natuurlijk heb ik het onderwerp in de tussentijd wel gevolgd, maar eerlijk is eerlijk: wat een stortvloed aan informatie is er weer voorbijgekomen!
Dynamische tarieven, terugleverkosten, negatieve stroomprijzen, netcongestie, thuisbatterijen, energiemanagementsystemen, AI-sturing, salderen dat stopt… Je zou er bijna een dagtaak aan hebben.
In dit artikel geef ik daarom opnieuw mijn visie op de huidige stand van zaken, specifiek gericht op huiseigenaren. Zoals je van me gewend bent, doe ik dat aan de hand van mijn eigen praktijkervaringen, aangevuld met wat rekenwerk en een flinke dosis gezond wantrouwen.
Mijn centrale vraag is nog steeds dezelfde:
Hoe houd je je energiekosten zo laag mogelijk, nu én in de toekomst?
De opzet van dit artikel lijkt op die van vorig jaar. Ik probeer zo min mogelijk te herhalen, dus het kan handig zijn om mijn vorige artikel er af en toe bij te pakken.
Wat kun je verwachten?
* Wat gebeurt er met netwerkkosten en energiebelasting?
* Worden dynamische contracten nu wél interessant?
* Zijn zonnepanelen nog steeds zinvol?
* Waarom energiemanagement belangrijker wordt dan ooit.
* Wat kun je met Home Assistant, Homey, Bliq en andere systemen?
* En natuurlijk: is dit hét moment om een thuisbatterij te kopen?
Mijn voorlopige conclusie verklap ik alvast:
Er is geen haast om nú een thuisbatterij te kopen, maar niets doen is ook geen verstandige strategie.
Netwerkkosten: voorlopig rustig, maar dat blijft niet zo
We beginnen weer met de netwerkkosten. Niet omdat dit het spannendste onderwerp is, maar wel omdat deze kosten steeds belangrijker worden in de totale energierekening.
De stijging in 2026 is beperkt gebleven: ongeveer 5%. Dat valt mee, zeker als je kijkt naar de forse stijgingen van de afgelopen jaren.
Maar ik verwacht niet dat dit zo rustig blijft.
Vanaf 2028 lijkt het erop dat er tijdsafhankelijke netwerktarieven gaan komen. Met andere woorden: het moment waarop je stroom gebruikt, kan dan invloed krijgen op wat je betaalt voor het gebruik van het elektriciteitsnet.
Daar is op dit moment nog weinig concreets over bekend. De verwachting is dat hier in de loop van 2026 meer informatie over komt.
Toch is de richting duidelijk: ook het elektriciteitsnet wordt straks een prikkel om je verbruik slimmer te plannen.
En dat maakt energiemanagement ineens een stuk interessanter.
De rol van de overheid: energiebelasting en salderen
De overheid blijft een forse invloed houden op onze energiekosten. Laten we de belangrijkste posten even langslopen.
Energiebelasting: De belasting op elektriciteit is dit jaar opnieuw gedaald. In 2025 betaalden we € 0,1228 per kWh inclusief btw. In 2026 is dat € 0,1108 per kWh.
Dat lijkt goed nieuws, en dat is het deels ook.
Mijn verwachting is dat deze daling de komende jaren doorzet. De overheid wil elektriciteit aantrekkelijker maken ten opzichte van gas, en dat past bij de energietransitie.
Maar er zit een belangrijke adder onder het gras:
- Tot en met 2026 betaal je alleen energiebelasting over je netto afgenomen elektriciteit. Dat is de bekende salderingsregeling: wat je teruglevert, mag je wegstrepen tegen wat je afneemt.
- Vanaf 2027 verandert dit. Dan betaal je energiebelasting over alle elektriciteit die je van het net afneemt, ook als je op andere momenten veel teruglevert
Voor mijn eigen situatie betekent dit naar verwachting ongeveer € 750 extra kosten per jaar. Dat is serieus geld.
En precies daarom wordt het steeds belangrijker om opgewekte stroom direct zelf te gebruiken.
Vermindering energiebelasting: Naast de energiebelasting bestaat er ook nog de vaste korting op je energierekening: de vermindering energiebelasting.
- Opvallend genoeg is deze in 2026 iets lager geworden.
- In 2025 bedroeg deze € 635,19. In 2026 is dat € 628,96.
Geen dramatisch verschil, maar wel tekenend: de energierekening blijft een optelsom van veel kleine posten die samen flink aantikken.
De energieleverancier: nog steeds goed opletten
In eerdere artikelen heb ik me regelmatig beklaagd over de onduidelijke en snel veranderende tariefstructuren van energieleveranciers. Vooral bij dynamische contracten was het soms echt zoeken naar wat je nu eigenlijk betaalde.
- Dat is nog steeds zo.
- Het verschil is dat het met behulp van AI inmiddels iets makkelijker is geworden om tarieven, voorwaarden en verborgen kosten te analyseren. Maar eerlijk gezegd zou dat natuurlijk helemaal niet nodig moeten zijn.
- Een energieleverancier zou gewoon duidelijk moeten zijn. Helaas is de praktijk anders.
Dynamisch of vast: wat is nu verstandig?
Mijn vermoeden is inmiddels door ChatGPT bevestigd: in 2024 waren vaste contracten vaak goedkoper dan dynamische contracten. Dat kwam onder andere door welkomstbonussen en scherpe vaste jaartarieven. Zelf heb ik toen een driejarig contract afgesloten.
In 2025 lijkt dynamisch weer aantrekkelijker te zijn geworden. Dat komt door lagere gemiddelde uur- en dagprijzen en doordat er meer goedkope of zelfs negatieve stroomuren waren.
Het aantal negatieve stroomuren steeg van 458 uur in 2024 naar 581 uur in 2025.
Dat klinkt spectaculair, maar pas op: negatieve stroomprijzen betekenen niet automatisch dat jij gratis stroom krijgt. De belastingen, opslagen, inkoopvergoedingen en voorwaarden van de leverancier blijven gewoon meetellen.
Mijn voorlopige inschatting: Dynamische tarieven worden kansrijker, maar alleen voor huishoudens die hun verbruik goed kunnen sturen.
- Heb je zonnepanelen, een warmtepomp, een elektrische auto en eventueel later een thuisbatterij? Dan kan dynamisch interessant worden.
- Heb je weinig flexibel verbruik? Dan is het voordeel veel minder vanzelfsprekend.
Maandkosten: De vaste maandkosten van dynamische leveranciers lijken inmiddels te stabiliseren rond de € 7 per maand inclusief btw.
Inkoopvergoeding: Ook de inkoopvergoeding lijkt wat rustiger te worden. Waar deze kosten in 2023 nog sterk opliepen en behoorlijk bepalend waren voor de totale energiekosten, zie ik nu meer stabilisatie rond ongeveer € 0,02 per geleverde kWh stroom.
- De verschillen zitten vooral in de opslag of vergoeding voor teruggeleverde stroom. Daar zie je nog steeds grote verschillen.
- Bij sommige aanbieders betaal je een opslag, bij andere krijg je juist nog een kleine bonus. Zonneplan en Frank Energie lijken hier anders mee om te gaan dan bijvoorbeeld Eneco Dynamisch.
- En dan wordt het dus ingewikkeld.
Want het gaat niet alleen om de stroomprijs. Het gaat om het totaalplaatje:
* vaste maandkosten;
* inkoopvergoeding op levering;
* inkoopvergoeding of opslag op teruglevering;
* terugleververgoeding;
* salderingsregels;
* eventuele bonussen;
* looptijd van het contract.
Mijn advies blijft daarom simpel: Vergelijk niet op één tarief, maar reken je eigen situatie door.
Zeker als je veel zonnepanelen hebt, kan het verschil tussen leveranciers groot zijn.
Terugleverkosten: De grote mistbank.
- Terugleverkosten waren het afgelopen jaar opnieuw een hot topic. En terecht.
- In nieuwe vaste contracten zijn de vergoedingen voor teruggeleverde elektriciteit sterk teruggeschroefd. Soms krijg je nauwelijks nog iets voor je stroom. Soms betaal je zelfs extra kosten als je veel teruglevert.
- Bij dynamische contracten is het beeld al niet veel helderder. Iedere leverancier lijkt zijn eigen model te hebben.
Ik ga er verder geen mooie woorden aan vuil maken: Bij een energieleverancier moet je tegenwoordig extreem goed opletten wat je betaalt én wat je terugkrijgt.
Teruggeleverde elektriciteit is natuurlijk gewoon geld waard. Alleen komt dat voordeel lang niet altijd bij de consument terecht.
Mijn tussenconclusie over energiecontracten
De markt beweegt duidelijk richting dynamische tarieven, vooral voor huishoudens met veel stuurbaar verbruik. Denk aan:
* zonnepanelen;
* warmtepomp;
* elektrische auto;
* laadpaal;
* thuisbatterij;
* warmwaterboiler;
* slimme aansturing.
Maar om daar echt voordeel uit te halen, moet je aan energiemanagement doen. Daar kom ik zo op terug.
Eerst nog even naar de zonnepanelen.
Zonnepanelen: leveren die nog iets op?
Ik krijg nog steeds af en toe de vraag: leveren zonnepanelen eigenlijk nog wel iets op?
Mijn korte antwoord: Ja, maar vooral als je de opgewekte energie zelf kunt gebruiken.
- De tijd dat je zonnepanelen kon plaatsen, achterover kon leunen en dankzij salderen vanzelf een mooi rendement kreeg, loopt af.
- Vanaf 2027 wordt direct eigen verbruik veel belangrijker.
- Dat betekent niet dat zonnepanelen waardeloos zijn geworden. Integendeel. Ze gaan vaak 25 jaar of langer mee en de aanschafprijzen zijn de afgelopen jaren fors gedaald.
- Maar de rekensom is wel veranderd. Als je veel stroom direct zelf kunt gebruiken, blijven zonnepanelen interessant. Als je vooral teruglevert op momenten dat stroom weinig waard is, wordt de terugverdientijd langer.
- Een terugverdientijd van 15 jaar is in sommige situaties inmiddels goed mogelijk. Dat klinkt lang, maar bij een technische levensduur van 25 jaar kan het nog steeds een investering zijn die zich uiteindelijk terugbetaalt.
Mijn conclusie: Zonnepanelen blijven zinvol, maar ze vragen om slimmer gebruik van je eigen stroom.
En daarmee komen we bij een onderwerp dat steeds belangrijker wordt.
Energiemanagement: de nieuwe hoofdrolspeler
Energiemanagement is voor mij de nieuwe categorie in dit verhaal. En misschien wel de belangrijkste. Wat bedoel ik ermee?
Voordat je grote investeringen doet in een thuisbatterij of andere dure apparatuur, moet je eerst weten wat er in je huis gebeurt.
- Waar gaat je stroom naartoe?
- Wanneer verbruik je veel?
- Wanneer wek je op?
- Welke apparaten kun je sturen?
- En welke juist niet?
Zonder dat inzicht ben je aan het gokken. Met inzicht kun je besparen.
Daarom zet ik hieronder een aantal veelgebruikte oplossingen op een rij.
#1. HomeWizard: goedkoop inzicht
Met de HomeWizard P1-meter krijg je voor ongeveer € 30 een goed beeld van je energieverbruik. Voor mij is dat een no-brainer.
- Je ziet direct wat je huis verbruikt en wat je teruglevert. Voor veel huishoudens is dit al een enorme stap vooruit.
- HomeWizard heeft inmiddels ook koppelingen met eigen producten, zoals de thuisbatterij. Voor kleinere of minder complexe huishoudens kan dit een prima oplossing zijn.
- Niet alles hoeft ingewikkeld te zijn.
#2. Systemen van energieleveranciers
Steeds meer energieleveranciers bieden eigen systemen aan voor het aansturen van laadpalen, thuisbatterijen en dynamische tarieven.
- Vaak worden deze systemen gepresenteerd als slim of zelfs AI-gestuurd. Wat dat precies betekent, is lang niet altijd duidelijk.
- Het voordeel is dat zo’n systeem relatief eenvoudig kan werken binnen het ecosysteem van de leverancier.
- Het nadeel is ook duidelijk: je wordt afhankelijk van die leverancier.
- En afhankelijkheid is in deze markt niet altijd gunstig voor de consument.
#3. Systemen van batterijleveranciers
Ook batterijleveranciers leveren steeds vaker eigen energiemanagementsystemen.
- Dat klinkt logisch, want de batterij moet natuurlijk slim kunnen laden en ontladen.
- Maar hier geldt hetzelfde nadeel: veel systemen zijn sterk gericht op het eigen merk.
- Dat kan prima werken zolang je alles van één fabrikant hebt. Maar mijn voorkeur gaat uit naar oplossingen die ook op termijn flexibel blijven.
- Want een batterij gaat misschien lang mee, maar een omvormer, laadpaal of warmtepomp wil je later misschien vervangen.
- Dan wil je niet vastzitten aan één gesloten systeem.
#4. Systemen van laadpaalleveranciers
Ook laadpaalleveranciers richten zich steeds meer op slim laden.
Dat is logisch, want een elektrische auto is een enorme stroomverbruiker. Als je die op de verkeerde momenten laadt, kan dat flink geld kosten. Een goede laadpaal moet daarom kunnen laden op basis van:
* zonnestroom;
* dynamische tarieven;
* beschikbare netcapaciteit;
* vertrektijd;
* gewenste laadstatus.
Voor huishoudens met een elektrische auto ligt hier veel besparingspotentieel.
#5. Onafhankelijke EMS-aanbieders
Een bekende naam in deze categorie is Bliq.
- Het voordeel van zo’n oplossing is dat je minder afhankelijk bent van één energieleverancier of één batterijmerk.
- Het nadeel is dat het relatief duur kan zijn. Je betaalt voor hardware en vaak ook voor een abonnement.
- Bovendien werkt niet elk systeem met elk apparaat.
- Toch vind ik deze categorie interessant. Juist omdat onafhankelijkheid belangrijker wordt naarmate je huis energie-technisch complexer wordt.
#6. Homey: toegankelijk en breed inzetbaar
Homey is vooral interessant als je slimme apparaten in huis wilt koppelen zonder al te technisch te worden.
- Met een Homey Pro kun je bijvoorbeeld je thermostaat, Ikea- en Philips-apparaten, Sonos, sommige laadpalen, warmtepompen en thuisbatterijen monitoren of aansturen.
- De investering ligt grofweg tussen de € 250 en € 500.
- Dat is niet gratis, maar voor veel mensen wel overzichtelijk.
Homey is vooral sterk als brug tussen allerlei consumentenapparaten. Voor zeer geavanceerd energiemanagement is het misschien niet altijd de meest flexibele oplossing, maar voor veel huishoudens kan het een mooie middenweg zijn.
#7. Home Assistant: het Zwitserse zakmes
Deze gratis software die je op allerlei hardware kunt installeren heeft inmiddels een enorme community en is wat mij betreft het Zwitserse zakmes onder de smart home-platforms.
- Als een populair apparaat nog niet ondersteund wordt, is het vaak een kwestie van tijd voordat iemand daar een integratie voor maakt.
- Zelf ben ik inmiddels een fanatiek gebruiker van Home Assistant.
- Wat ik vooral zie: Home Assistant is fantastisch voor inzicht, monitoring, grafieken, meldingen en het koppelen van apparaten.
- Maar het is minder vanzelfsprekend geschikt als realtime batterijregelaar.
Daar kom ik zo op terug.
Mijn eigen Home Assistant-opstelling
Het afgelopen jaar ben ik druk bezig geweest om steeds meer apparaten aan Home Assistant te koppelen. Inmiddels heb ik onder andere gekoppeld:
- Daikin warmtepomp
- Mijn zonnepanelen:
– Omnik omvormer via een externe kWh-meter en Youless;
– SolarEdge omvormer via Modbus; - Ratio EV-lader via de Ratio API;
- Verschillende kWh-meters in de meterkast via Shelly meters.
Vooral de warmtepomp vind ik interessant. Inmiddels kan ik aan het stroomverbruik zien of deze aan het verwarmen is, staat te idlen, tapwater verwarmt of koelt.
Dat soort inzicht is enorm waardevol. Niet omdat je er direct honderden euro’s mee bespaart, maar omdat je eindelijk begrijpt wat er gebeurt. En zonder begrip kun je niet optimaliseren.
Wat moet Home Assistant wel en niet doen?
Een vraag die ik mezelf het afgelopen jaar vaak heb gesteld:
Wat moet je Home Assistant wel laten doen, en vooral ook niet?
Ik denk dat ik daar inmiddels een redelijk antwoord op heb. Home Assistant is ideaal om zaken zichtbaar te maken:
- Grafieken
- Statusmeldingen
- Energieverbruik
- Energie opbrengsten
- Temperaturen
- Apparaatstatussen
- Historische trends
Maar ik vind Home Assistant minder geschikt om elke seconde te beslissen of een batterij moet laden of ontladen.
- Dat soort snelle regeltechniek hoort wat mij betreft thuis in de batterijregelaar zelf.
- Er zijn mensen die proberen deze functionaliteit aan Home Assistant toe te voegen. Dat is interessant, maar ik zou hier voorzichtig mee zijn.
- Als je Home Assistant een keer stuk maakt door een verkeerde update of domme configuratiefout, wil je niet dat je hele energiesysteem ontregeld raakt.
- Wat kan Home Assistant dan wél goed? Langzame beslissingen nemen.
Bijvoorbeeld:
- Mag de batterij vandaag laden?
- Mag de batterij handelen op dynamische tarieven?
- Wanneer moet de auto laden?
- Wanneer moet de tapwatertank worden verwarmd?
- Moeten de zonnepanelen worden uitgezet omdat de batterij vol is en terugleveren geld kost?
Dat zijn beslissingen waarbij het niet rampzalig is als Home Assistant een keer tijdelijk uitvalt, al is het maar omdat je een plugin aan het updaten bent.
Mijn volgende stap is een automatisering bouwen die tapwater gaat verwarmen zodra dat verstandig is. Daarna wil ik ook een automatisering voor de EV-lader maken.
- Moet je daarvoor kunnen programmeren?
- Steeds minder.
- AI wordt hier een heel nuttige assistent. Niet om blind te vertrouwen, maar wel om het vervelende programmeerwerk veel makkelijker te maken.
- Ik gebruik AI inmiddels al voor andere toepassingen en lees ook goede ervaringen met het gebruik ervan in combinatie met Home Assistant.
En dan komt vanzelf de volgende vraag:
Is het daarna tijd voor een thuisbatterij? Of toch nog niet?
Thuisbatterijen: een update over kosten en baten
De thuisbatterij heeft mij het afgelopen jaar behoorlijk beziggehouden:
- Waarom zou je er nu wel of niet één kopen?
- Wanneer wordt het interessant?
- En welke argumenten zijn vooral marketing?
Ik probeer het compact op te schrijven aan de hand van veelgehoorde uitspraken.
“Batterijen zijn milieuvervuilend”
- Ja, dat klopt.
- Maar er zit wel nuance in. LFP-batterijen zijn minder milieubelastend dan batterijen met zware metalen zoals sommige Li-ion- en NMC-varianten. Het belangrijkste metaal in LFP-batterijen is lithium, en dat is in grote hoeveelheden aanwezig.
- Dat maakt een batterij niet ineens milieuvriendelijk, maar het beeld is genuanceerder dan vaak wordt gesuggereerd.
“Je verdient een thuisbatterij nooit terug”
- Dat is te kort door de bocht.
- Als je met de huidige tarieven rekent — en dat heb ik gedaan — kom je vaak uit op terugverdientijden tussen de 8 en 15 jaar.
- Dat is een grote bandbreedte.
De uitkomst hangt sterk af van je uitgangspunten:
- Je stroomverbruik;
- Je zonnepanelenopbrengst;
- Je directe verbruik;
- Je energiecontract;
- De inkoopvergoeding;
- De terugleververgoeding;
- De batterijprijs;
- De levensduur van omvormer en batterij;
- Wel of geen btw-teruggave;
- Wel of niet handelen op dynamische tarieven.
Bij een terugverdientijd van 15 jaar word ik voorzichtig. Bij 8 jaar wordt het interessanter.
- Op de website van jeroen.nl staat veel informatie over het maken van berekeningen toegepast op jouw situatie.
- Ook in vorige blogposts heb ik hier aandacht aan geschonken.
- Maar een nauwkeurige berekening is bijna of eigenlijk gewoon niet te maken. Het aantal parameters is gewoon veel te groot geworden. Zelf ben ik er ook avonden mee bezig geweest.
Maar dan moet het systeem technisch ook echt zo lang meegaan.
“Stroom wordt duurder, dus batterijen worden vanzelf rendabel”
- Misschien.
- Als elektriciteitstarieven stijgen, kan de terugverdientijd van een batterij inderdaad korter worden. Vooral in de winter verwacht ik op termijn hogere prijzen.
- Maar de vraag is natuurlijk of dat echt gebeurt, en hoe snel.
- In de zomer kan het aanbod van zonnestroom juist blijven drukken op de prijzen.
- Dus ja, stijgende tarieven kunnen helpen, maar ik zou er niet blind op rekenen.
“Batterijen worden goedkoper en beter”
- Dat klopt.
- Maar voor thuisgebruik zijn LFP-batterijen inmiddels al behoorlijk volwassen. Ze zijn veilig, redelijk betaalbaar en technisch goed genoeg voor veel toepassingen.
- De vraag is dus niet alleen of batterijen goedkoper worden.
De vraag is vooral:
Wanneer is het totaalplaatje goed genoeg?
“Binnenkort komt natrium-ion, dus je kunt beter wachten”
- Natrium-ion batterijen zijn interessant. Je kunt ze in China zelfs al kopen.
- Ik kwam vandaag een heel interessant artikel over dit onderwerp tegen op IO+.
- Maar ik zou daar als consument niet op wachten.
- Nieuwe batterijtechniek moet zich eerst bewijzen in echte producten, met goede garantie, degelijke omvormers, nette installatie en betrouwbare ondersteuning.
- Voorlopig is LFP voor thuisgebruik de volwassen techniek.
- Het duurt nog meerdere jaren voordat deze batterijen serieus gaan concurreren met LFP batterijen.
Waarom wél een thuisbatterij?
- Er zijn ook argumenten vóór een thuisbatterij.
- En die worden steeds sterker.
1. Lagere energiebelasting maakt handelen aantrekkelijker
- Als de energiebelasting verder daalt, wordt het interessanter om te handelen met prijsverschillen tussen goedkope en dure uren.
- Want hoe lager de vaste belastingcomponent, hoe groter het relatieve belang van de kale stroomprijs.
- Dat kan dynamische contracten en batterijen aantrekkelijker maken.
2. Variabele netwerkkosten kunnen batterijen helpen
- Als netwerkkosten tijdsafhankelijk worden, kan een batterij helpen om stroomgebruik te verschuiven naar gunstige momenten.
- Dat hangt natuurlijk sterk af van hoe die tarieven er precies uit gaan zien.
- Maar de richting is duidelijk: flexibiliteit krijgt waarde.
3. LFP-techniek is volwassen geworden
- LFP-batterijen zijn inmiddels geen experimentele techniek meer.
- Voor thuisgebruik zijn ze veilig genoeg, robuust genoeg en betaalbaar genoeg om serieus te bekijken.
- Dat betekent niet dat je morgen moet kopen, maar wel dat de techniek niet meer het grootste probleem is.
4. Een goed systeem kan zich terugverdienen
Ik denk dat een goed batterijsysteem zich op termijn kan terugverdienen. Maar dan moet alles kloppen:
- Batterij;
- Omvormer;
- EMS;
- Energiecontract;
- Laadpaal;
- Warmtepomp;
- Zonnepanelen;
- Garantie;
- Installatiekosten;
- Levensduur.
Een losse batterij kopen zonder goed systeem eromheen lijkt me onverstandig.
5. De btw-regeling maakt verschil
- De fiscus betaalt onder voorwaarden de btw op aanschaf en installatie terug. Dat kan financieel behoorlijk schelen.
- Hier wil ik in een volgende blogpost verder op ingaan, want dit onderwerp verdient een aparte behandeling.
6. Noodstroom wordt belangrijker
We hebben in Nederland een betrouwbaar stroomnet. Maar ik weet niet of dat zo blijft.
- Netcongestie neemt toe. Het energiesysteem wordt complexer. De afhankelijkheid van digitale aansturing groeit. En de kans op serieuze verstoringen door storingen of cyberaanvallen lijkt mij niet kleiner worden.
- Een thuisbatterij met noodstroomvoorziening kan daarom meer waarde hebben dan alleen financiële besparing.
- Dat vind ik persoonlijk een steeds belangrijker argument.
- Niet omdat ik denk dat morgen het licht uitgaat, maar wel omdat de robuustheid van je eigen woning belangrijker wordt.
Mijn voorlopige conclusies over de thuisbatterij
Na veel lezen, rekenen en nadenken kom ik op de volgende voorlopige conclusies.
1. De terugverdientijd hangt sterk af van de energieleverancier
Bij dynamische tarieven is vooral de leveranciertoeslag per kWh belangrijk.
- Een paar cent verschil lijkt weinig, maar op jaarbasis kan dat flink aantikken. Zeker als je veel stroom afneemt en teruglevert.
- Het blijft dus de moeite waard om scherp op deze kosten te letten.
- Ik ben benieuwd of er leveranciers komen die zich voor meerdere jaren willen vastleggen op vaste opslagen. Dat zou voor consumenten veel duidelijkheid geven.
2. Er is geen haast
Ik zie geen reden om vandaag halsoverkop een thuisbatterij te kopen.
- De markt ontwikkelt zich snel. Batterijen worden goedkoper. EMS-systemen worden beter. De regels rond netwerkkosten en salderen worden duidelijker.
- Wachten heeft dus waarde.
- Maar niets doen is ook niet slim. Vanaf volgend jaar gaan de kosten tenslotte fors omhoog.
- Je kunt je woning nu al voorbereiden door inzicht te krijgen, apparaten slim te koppelen en je grote verbruikers beter te begrijpen.
3. De goedkoopste batterij is niet automatisch de beste
Mijn verwachting is dat LFP-batterijen goedkoper en beter worden. Maar de winnende thuisbatterij is straks niet per se de goedkoopste per kWh.
De beste batterij is de batterij die goed samenwerkt met:
- Je EMS;
- Je EV-lader;
- Je warmtepomp;
- Je zonnepanelen;
- Je omvormer;
- Je dynamische contract.
Samenwerking wordt belangrijker dan kale capaciteit.
4. De omvormer is minstens zo belangrijk
Een batterij is maar één onderdeel van het systeem.
- De omvormer is minstens zo belangrijk. En de levensduur van een omvormer is zeker niet automatisch gelijk aan die van de batterij.
- Dit wordt in commerciële praatjes nog wel eens onderbelicht.
- Maar als je omvormer eerder vervangen moet worden, heeft dat direct invloed op je terugverdientijd.
- Er zitten veel technische aspecten aan waar ik in deze blogpost geen aandacht heb geschonken, maar waar ik binnenkort wel op terug hoop te komen in een volgend blog.
5. Modulair en vervangbaar heeft mijn voorkeur
Mijn ideale oplossing bestaat uit onderdelen die goed samenwerken, maar niet volledig van elkaar afhankelijk zijn. Dus:
- Een goede EV-lader;
- Een goed aanstuurbare warmtepomp;
- Een betrouwbare batterij;
- Een degelijke omvormer;
- Een EMS dat meerdere merken aankan;
- Onderdelen die later vervangbaar of uitbreidbaar zijn.
Ik wil geen systeem waarbij één fabrikant bepaalt wat ik de komende vijftien jaar wel of niet kan.
Mijn advies op dit moment
Als je nu nadenkt over een thuisbatterij, zou ik de volgorde omdraaien:
Niet beginnen met de batterij, maar begin met inzicht.
1. Meet je energieverbruik.
2. Begrijp wanneer je stroom afneemt en teruglevert.
3. Kijk naar je grote verbruikers.
4. Maak je EV-lader slim.
5. Kijk of je warmtepomp slimmer kan draaien.
6. Verhoog je directe verbruik van zonnestroom.
7. Vergelijk energiecontracten op basis van je eigen situatie.
8. Kijk daarna pas naar een thuisbatterij.
Mijn hypothese is nog steeds:
Een goed energiemanagementsysteem levert in veel situaties eerder geld op dan een thuisbatterij.
- Maar de thuisbatterij komt dichterbij.
- Niet als magische bespaarmachine.
- Niet als oplossing voor iedereen.
- Maar wel als serieus onderdeel van een slim energiesysteem.
Tot slot
De energiemarkt wordt niet eenvoudiger. Integendeel.
Maar dat betekent niet dat je machteloos bent. Juist huishoudens met zonnepanelen, warmtepomp en elektrische auto kunnen de komende jaren veel voordeel halen uit slim sturen.
De grote vraag is niet meer alleen hoeveel stroom je verbruikt. De vraag wordt vooral:
Wanneer verbruik je stroom, wanneer wek je stroom op, en hoe slim kun je daartussen schakelen?
In een volgende blog hoop ik dieper in te gaan op de keuze van een thuisbatterij. Want daar is nog veel meer over te zeggen.
Voor nu is mijn conclusie:
En er komen nog meer mogelijkheden/opties / variabelen aan zoals energie delen en gezamelijke opslag “buurtbatterij”.